Hebon heeft een nieuwe website. De instructies in de uitnodigingsbrief kunnen mogelijk afwijken.

Onderzoek en resultaten

Dankzij duizenden deelnemers die sinds 1997 meedoen aan de Hebon studie, beschikt Hebon over waardevolle onderzoeksgegevens. Wetenschappers die gegevens van Hebon ontvangen, publiceren hun bevindingen in gerenommeerde (Engelstalige) wetenschappelijke tijdschriften. Jaarlijks organiseert Hebon een internationaal congres voor professionals, waar kennis wordt gedeeld en inspiratie wordt opgedaan voor toekomstig onderzoek. Er wordt aan meer dan 20 projecten gewerkt, allemaal gericht op het verbeteren van de zorg en advisering voor families met een verhoogd risico op borst- en eierstokkanker. Ook wordt nauw samengewerkt met collega's in het buitenland in het kader van de International BRCA1/2 Carrier Cohort Study (IBCCS), het Consortium of Investigators on Modifiers of BRCA1/2 (CIMBA) en het Breast Cancer Association Consortium (BCAC). Samen blijven we ons inzetten voor meer kennis zodat u en uw familieleden daar profijt van kunnen hebben.

Ontdek hoe uw bijdrage aan Hebon heeft geleid tot baanbrekende inzichten in verschillende onderzoeksthema’s! Hieronder vindt u slechts een kleine greep uit de nieuwe opgedane kennis:

  • Dankzij ontdekking van nieuwe genen werd de genetische paneltest uitgebreid

    Het internationale BRIDGES consortium heeft van meer dan 60.000 kankerpatiënten en 53.000 gezonde vrouwen een zogenaamde multigene panel test gedaan met 34 genen. Op deze manier hebben zij onderzocht welke genen het beste opgenomen kunnen worden in DNA onderzoek, ook wel een paneltest genoemd. Een paneltest wordt gedaan om te onderzoeken of iemand die bij de klinisch geneticus komt met een vraag over erfelijke borstkanker, een mutatie heeft.

    De laatste jaren werd in Nederland op een mutatie in vijf genen getest, namelijk BRCA1, BRCA2, PALB2, CHEK2 en ATM. In 2023 werd dit voor borstkanker uitgebreid naar acht genen, voornamelijk omdat in de BRIDGES studie werd ontdekt dat ook BARD1, RAD51C en RAD51D geassocieerd zijn met het risico op borstkanker.

  • Kunnen vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie veilig de pil gebruiken?

    Vrouwen hebben gedurende de tijd dat zij de pil gebruiken een verhoogd risico op borstkanker. Deze verhoging verdwijnt weer langzaam als er met de pil gestopt wordt. Het is ook bekend dat tijdens het gebruik van de pil het risico op eierstokkanker lager is. Het lijkt erop dat het hogere risico op borstkanker en het lagere risico op eierstokkanker zich uitmiddelen voor vrouwen die de pil gebruiken. Maar of dit ook zo is bij vrouwen die een BRCA1 of BRCA2 mutatie hebben was onbekend.

    Onderzoekers hebben dit uitgezocht met onderzoeksgegevens van vrouwen die meedoen aan de Hebon studie. De onderzoekers concludeerden dat er geen bewijs is dat pilgebruik en borst- en eierstokkanker voor vrouwen met een mutatie anders is dan voor vrouwen in de algemene bevolking. Dus dat ook vrouwen met een mutatie veilig de pil kunnen gebruiken, al wordt geadviseerd om de pil niet te lang te gebruiken en vanaf een leeftijd van 25-30 jaar over te stappen op een non-hormonaal anticonceptiemiddel.

  • Is er een verschil in levensverwachting bij een preventieve borstverwijdering of screening bij gezonde vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie?

    De keuze tussen een borstverwijdering of langdurige regelmatige controle is een ingrijpende persoonlijke beslissing, waarbij de afweging moet worden gemaakt tussen eventuele gevolgen voor het lichaamsbeeld, de zelfwaardering, de seksualiteit en de steeds terugkerende zorgen rond kanker. Bij alle afwegingen kan het voor vrouwen informatief zijn om te weten of de uiteindelijke levensverwachting verschilt tussen de twee opties. Om die vraag te beantwoorden is onderzocht of de levensverwachting tussen twee groepen vrouwen van dezelfde leeftijd, van wie de ene groep voor screening en de andere groep voor een operatie kiest verschilt.

    Het onderzoek laat zien dat een dubbelzijdige preventieve borstamputatie zeer effectief is om borstkanker te voorkomen, zowel voor vrouwen met een BRCA1 als een BRCA2 mutatie. Als gevolg hiervan vonden we voor vrouwen met een BRCA1 mutatie minder sterfte door borstkanker als gekozen werd voor een borstamputatie. Dit werd voor vrouwen met een BRCA2 mutatie niet aangetoond. Vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie hebben verschillende redenen om al dan niet voor een amputatie te kiezen. Deze studie helpt om hen beter over de langetermijneffecten te informeren.

  • Baarmoedertumoren bij vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie

    In deze studie zijn baarmoedertumoren van vrouwen met baarmoederkanker, die draagster zijn van de BRCA1 of BRCA2 mutatie, uitgebreid microscopisch en genetisch onderzocht. Het bleek dat ruim de helft van deze tumoren daadwerkelijk veroorzaakt worden door een niet goed werkende BRCA gen. Deze tumoren blijken specifieke kenmerken te hebben en ze lijken daarin heel erg op de borst- en eierstokkankers die door een BRCA1 of BRCA2 mutatie worden veroorzaakt. Als deze specifieke kenmerken bij een vrouw met baarmoederkanker worden gevonden, dan zouden deze vrouwen getest kunnen worden op een BRCA1 of BRCA2 mutatie.

    Baarmoederkankers die veroorzaakt worden door een fout in één van de BRCA genen gedragen zich vaak agressiever dan baarmoederkankers zonder fout in een BRCA gen. Deze agressievere tumoren treden relatief vaker op bij vrouwen met een BRCA mutatie. Of vrouwen met een BRCA mutatie ook een verhoogd risico hebben om baarmoederkanker te krijgen, wordt nu in een vervolgstudie onderzocht.

Bent u benieuwd naar ons beleid over het delen van gegevens met wetenschappers? Ontdek het hier! Hieronder leest u meer over lopende Hebon deelstudies.