Archief

Onderzoek naar preventieve borstamputatie

29 juli 2019
Maandag 29 juli jl. werd een nationale studie over preventieve borstamputatie en borstkanker sterfte bij BRCA1- en BRCA2-mutatiedraagsters gepubliceerd door een team van het Erasmus Medisch Centrum. Naar aanleiding daarvan verschenen in de pers berichten als ‘ Preventieve borstamputatie blijkt niet noodzakelijk’ en ‘Afzetten van borst vaak onnodig’. BRCA2-mutatiedraagsters, die een preventieve borstoperatie hebben ondergaan, vragen zich hierdoor misschien af of zij onnodig een preventieve operatie hebben laten verrichten.

Voor deze ongerustheid is geen reden.

Het artikel beschrijft dat BRCA2-mutatiedraagsters die kozen voor minimaal jaarlijkse intensieve borstcontroles in plaats van een preventieve operatie, een laag risico (2%) hadden om te overlijden aan borstkanker. Bij BRCA1-mutatiedraagsters die kozen voor borstcontrole, was het risico om te overlijden aan borstkanker iets hoger (7%).

Na een preventieve operatie was de kans om te overlijden aan borstkanker praktisch nihil voor zowel BRCA1- als BRCA2-mutatiedraagsters. Doordat de sterfte door borstkanker bij BRCA1 mutatiedraagsters überhaupt net iets hoger ligt dan bij BRCA2, leidt een preventieve operatie bij BRCA1 tot een net iets grotere verlaging van de borstkankersterfte dan bij BRCA2-mutatiedraagsters.

Maar niet alleen de sterftekans hoeft een reden te zijn om een preventieve borstoperatie te overwegen. Het alternatief is levenslang jaarlijks (of nog vaker) intensief borstonderzoek. Hierbij wordt bij ongeveer 70 van de 100 BRCA1- en BRCA2-mutatiedraagsters voor het 80e jaar borstkanker vastgesteld. Onder de mutatiedraagsters in de studie die borstkanker kregen, had naast een borstoperatie, de helft chemotherapie ondergaan, een derde 5 jaar of langer hormonen gebruikt en was ongeveer een kwart behandeld met bestraling.

De jaarlijkse controles kunnen voor sommige vrouwen een terugkerende bron van onrust zijn. Een preventieve borstoperatie neemt het risico op borstkanker zo goed als weg, en hiermee de noodzaak om deze jaarlijkse borstonderzoeken en de eventuele borstkankerbehandeling te ondergaan.

Het blijft een persoonlijke keuze tussen preventieve operatie of regelmatige borstcontroles, die iedere vrouw met een erfelijke aanleg voor borstkanker in overleg met haar arts zelf maakt nadat zij goed geïnformeerd is over de voor- en nadelen.

De studie werd uitgevoerd op basis van de Hereditair (=Erfelijke) Borst- en eierstokkanker Onderzoek Nederland (HEBON) studie, die in samenwerking met alle Universitair Medische Centra en het Antoni van Leeuwenhoek wordt uitgevoerd en gesubsidieerd wordt door de Nederlandse Kankerbestrijding.

Matti Rookus,
projectleider HEBON

Marleen Kets,
voorzitter Werkgroep Klinische Oncogenetica (WKO) van de Vereniging Klinische Genetica Nederland (VKGN)

Marieke van Dooren,
vicevoorzitter Vereniging Klinische Genetica Nederland