Risico's op kanker

Onderzoek: Regionale verschillen in het borstkankerrisico van BRCA1/2 mutatiedraagsters binnen Nederland. Door J. Vos en anderen.
Klik hier voor meer informatie over het onderzoek

Resultaten
Voor dit onderzoek werden gegevens van 2236 BRCA1 en 827 BRCA2 mutatie draagsters (uit 795 BRCA1 en 316 BRCA2 families) gebruikt: 1050 draagster uit Noord-Nederland en 2013 uit de rest van het land. Uit het onderzoek is gebleken dat er inderdaad verschillen zijn tussen de kans op borstkanker voor vrouwen met een BRCA1/2 mutatie in Noord-Nederlands vergeleken met de rest van Nederland. Deze verschillen zijn alleen anders en minder groot dan eerst gedacht.
Voor BRCA1 mutatiedraagsters in Noord-Nederland is de kans op borstkanker in de loop van het leven (het zogenaamde ‘life-time risico’) wat lager dan voor mutatiedraagsters in de rest van Nederland. Voor BRCA2 mutatiedraagsters ligt het wat ingewikkelder: tot het 60e jaar hebben draagsters in Noord-Nederland een wat lager borstkanker risico vergeleken met vergelijkbare vrouwen in de rest van het land, maar boven het 60e jaar is hun risico juist hoger, en lijkt langer door te stijgen.

Er is onderzocht of de verschillen in life-time risico tussen Noord-Nederland en de rest van Nederland veroorzaakt werden door het feit dat de mutaties in BRCA1 en BRCA2 erg verschillend zijn. Het verschil in het type BRCA2 mutatie in beide delen van het land was aanzienlijk, en dit verschil verklaarde een deel van het risico verschil. Het verschil voor BRCA1 was niet door het verschil in mutatie type te verklaren. Ook is gekeken of het voorkomen van borstkanker in het algemeen in Noord Nederland anders was dan in de rest van Nederland, maar dit bleek niet het geval. Dit is dus geen verklaring voor het verschil in life-time risico voor mutatiedraagsters. Uit het onderzoek is ook gebleken dat de methode waarmee de risico’s op kanker worden berekend heel veel effect hebben op de uiteindelijke life-time risico’s.

Wat betekent dit voor u in de praktijk?
Het onderzoek bevestigt eerdere aanwijzingen voor een verhoogd borstkankerrisico in BRCA2 mutatiedraagsters van boven de 60 jaar in Noord-Nederland. Voor het lagere risico voor BRCA1 draagsters en BRCA2 draagsters onder de 60 werd geen verklaring gevonden. Aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld naar leefstijl factoren of andere genen kan hierover mogelijk meer duidelijkheid geven. Omdat de methode van risico berekening zoveel uit maakt, zal hier verder onderzoek naar worden gedaan binnen Hebon.
Op dit moment worden intensieve borstcontroles geadviseerd tot 60 jaar, waarna vrouwen worden verwezen naar het algemene bevolkingsonderzoek voor borstkanker. Als de bevindingen uit dit onderzoek zouden worden bevestigd zou overwogen kunnen worden om BRCA2 mutatiedraagsters langer intensief te controleren.