Preventieve operaties

Onderzoek: Wat is de invloed van preventieve verwijdering van beide eierstokken en eileiders op het ontwikkelen van een eerste borsttumor in gezonde BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters?
Door Drs. B.A.M Heemskerk-Gerritsen en anderen.
Klik hier voor meer informatie over het onderzoek.

Resultaten
Het onderzoek laat zien dat de in eerdere studies gevonden afname van het risico op een eerste borstkanker na preventieve eierstok- en eileiderverwijdering mogelijk overschat. Deze overschatting is veroorzaakt door een vertekening die is ontstaan door de gebruikte analysemethodes.
In het huidige onderzoek is de analysemethode zodanig aangepast dat de invloed van vertekening minder is. We vinden dan geen bewijs meer voor een afname van het borstkankerrisico bij gezonde BRCA1/2 mutatiedraagsters na preventieve verwijdering van beide eierstokken en eileiders.            

Om te onderzoeken of onze studiepopulatie vergelijkbaar was met de populaties die in eerdere studies werden gebruikt, hebben we de eerder gebruikte analysemethodes in onze eigen studiepopulatie nagebootst. In overeenstemming met eerder gepubliceerde resultaten vonden ook wij dan een afname van het risico op een eerste borstkanker van ongeveer 50%. Vervolgens gebruikten we een aangepaste analysemethode, met minimale kans op vertekening. In de controlegroep (zonder eierstok- en eileiderverwijdering) werd een eerste borstkanker ontdekt bij 10% van de vrouwen (47 patiënten), terwijl dit het geval was bij 12% van de vrouwen die kozen voor preventieve eierstok- en eileiderverwijdering (42 patiënten ). In zowel de eerder gepubliceerde studies als het huidige onderzoek was de gemiddelde vervolgtijd relatief kort, variërend van 2,3 tot 4,7 jaar. Overigens vonden we wel een trend voor afname van het borstkankerrisico bij BRCA2 – maar niet bij BRCA1 – mutatiedraagsters.  

Wat betekent dit voor u in de praktijk?
Het lijkt raadzaam om terughoudend te zijn met de boodschap dat preventieve eierstok- en eileiderverwijdering, naast een sterke vermindering van het risico op eierstokkanker en kanker in de eileiders, ook leidt tot een afname van het risico op een eerste borstkanker. Verder onderzoek met grotere aantallen, in het bijzonder BRCA2 mutatiedraagsters, moet uitwijzen of het borstkankerrisico na preventieve eierstok- en eileiderverwijdering anders is voor BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters. Studies met een langere vervolgtijd zijn nodig om een uitspraak te kunnen doen over het effect op langere termijn.

Onderzoek: Wat is de invloed van het ondergaan van preventieve borstamputatie op de algehele overleving voor BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters met een voorgeschiedenis van borstkanker?
Door Drs. B.A.M Heemskerk-Gerritsen en anderen.

Klik hier voor meer informatie over het onderzoek.

Resultaten
Het onderzoek laat zien dat preventieve borstamputatie bij BRCA1/2 mutatiedraagsters met een voorgeschiedenis van borstkanker niet alleen resulteert in een lager risico op het krijgen van borstkanker in de andere borst, maar ook in verbeterde overlevingskansen. In de controlegroep (zonder amputatie) werd een borstkanker in de andere borst ontdekt bij 64 patiënten (19%), terwijl dit het geval was bij 4 patiënten die kozen voor preventieve borstamputatie (2%). In de controlegroep overleden 65 patiënten (19%): 49 zonder en 16 met borstkanker in de andere borst. In de amputatiegroep overleden 19 patiënten (8%), allen zonder borstkanker in de andere borst. Vijftien jaar na diagnose van de eerste borstkanker was 86% van de patiënten in de amputatiegroep nog in leven, terwijl dit percentage 74% bedroeg in de controlegroep. Het lijkt erop dat overlevingswinst vooral wordt gezien bij patiënten bij wie de eerste borstkanker werd ontdekt vóór het 40ste levensjaar, als de eerste borstkanker gunstige eigenschappen had (zogenaamde laaggradige tumoren en/of geen triple-negatieve tumoren), en als patiënten voor de eerste borstkanker niet waren behandeld met adjuvante chemotherapie.

Wat betekent dit voor u in de praktijk?
Volgens Annette Heemskerk-Gerritsen bevestigt deze studie dat het risico op borstkanker in de andere borst zeer sterk afneemt na preventieve borstamputatie bij BRCA1/2 mutatiedraagsters met een voorgeschiedenis van borstkanker. Verder toont de studie aan dat deze strategie leidt tot een betere overleving. Echter, niet alle BRCA1/2 mutatiedraagsters met eerdere borstkanker lijken overlevingsvoordeel te hebben. Idealiter zou preventieve amputatie van de nog gezonde borst aangeboden moeten worden aan patiënten met een hoog risico op het krijgen van borstkanker in de andere borst en een laag risico op overlijden ten gevolge van de eerste borstkanker. Een model dat dit kan bepalen kan hulpverleners helpen om individuele mutatiedraagsters met borstkanker een persoonlijk advies te geven, gebaseerd op de te verwachten overlevingswinst na preventieve borstamputatie. Hierdoor kan bij patiënten met een ongunstige prognose na de eerste borstkanker drastische en soms verminkende chirurgie worden vermeden. Om een dergelijk model te ontwikkelen is meer onderzoek – en financiering door subsidieverstrekkers van kankeronderzoek – nodig.