Controles

Onderzoek: Beïnvloedt blootstelling aan diagnostische straling de kans op borstkanker bij BRCA1/2 mutatiedraagsters? Door Dr. A. Pijpe en anderen.
Klik hier voor meer informatie over het onderzoek

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat BRCA1/2-mutatiedraagsters een anderhalf tot bijna tweemaal verhoogde kans op borstkanker hebben als zij vóór hun 30e levensjaar röntgendiagnostiek op de borstkas of screening door middel van mammogrammen hebben ondergaan, in vergelijking tot BRCA1/2-mutatiedraagsters bij wie dit niet of pas na hun 30e gebeurd is. Uit ander onderzoek is bekend dat vrouwen uit de algemene bevolking geen verhoogd risico op borstkanker hebben na dit soort blootstellingen.

“Draagsters van een BRCA-genmutatie hebben sowieso een aanzienlijk grotere kans op het krijgen van borstkanker dan vrouwen die geen draagster zijn,” licht Anouk Pijpe toe. “Om die reden worden zij vanaf relatief jonge leeftijd gescreend om borstkanker in een zo vroeg mogelijk stadium te ontdekken. Hoewel een aantal draagsters weliswaar baat heeft gehad bij deze screening, blijkt nu dat screening op zeer jonge leeftijd door middel van mammogrammen het risico op borstkanker bij deze groep kan verhogen.”

Gelukkig is er in Nederland een richtlijn waardoor jonge BRCA1/2-mutatiedraagsters al een hele tijd niet meer standaard met mammogrammen worden gescreend. Dat gebeurt nu door middel van MRI, waarbij geen röntgenstraling wordt gebruikt. In andere landen is dat echter niet altijd het geval. Volgens de onderzoekers verdient het dan ook aanbeveling om ook daar zo snel mogelijk de Nederlandse richtlijn in te voeren.

Wat betekent dit voor u in de praktijk?
In Nederland kunnen BRCA1/2-mutatiedraagsters gewoon naar hun reguliere controles blijven gaan. Op basis van de onderzoeksresultaten zouden artsen wel terughoudend moeten zijn met röntgendiagnostisch onderzoek bij jonge vrouwen van wie bekend is dat zij drager zijn van een mutatie in het BRCA1 of BRCA2 gen, indien er alternatieven voorhanden zijn.

De Hebon studie (Onderzoek naar erfelijk borst- en eierstokkanker) zal ondermeer de resultaten van dit onderzoek nader onderzoeken.

Lees hier het persbericht dat verschenen is over dit onderzoek.

Onderzoek: Betrouwbaarheid van zelfgerapporteerde diagnostische straling bij BRCA1/2 mutatiedraagsters en de validiteit van zelfgerapporteerde mammogrammen. Door dr. A. Pijpe en anderen.
Klik hier voor meer informatie over het onderzoek

Resultaten
De verschillen in zelfrapportage van blootstelling aan diagnostische straling tussen BRCA1/2 mutatiedraagsters met en zonder borstkanker op het moment van invullen van de vragenlijst kunnen resultaten van onderzoeken naar het effect van de blootstelling beïnvloeden. De rapportagefouten kunnen hetzelfde of verschillend zijn voor de twee groepen. Het resultaat van dit onderzoek toont aan dat rapportagefouten relatief klein waren en grotendeels gelijk voor beide groepen, dat wil zeggen BRCA1/2 mutatiedraagsters met en zonder borstkanker. Dit betekent dat een eventueel gevonden verband tussen diagnostische straling en de kans op borstkanker bij BRCA1/2 mutatiedraagsters niet verklaard kan worden door deze rapportagefouten.