Preventieve operaties

Hieronder kunt u de onderzoeken vinden die gedaan worden binnen de Hebon studie betreffende het onderwerp preventieve operaties. U kunt hier bijvoorbeeld vinden waar en waarom een onderzoek wordt uitgevoerd en wat voor soort gegevens er worden gebruikt.

Meer informatie over preventieve operaties kunt u vinden onder 'Preventieve operaties'


Wat is de invloed van preventieve verwijdering van beide eierstokken op het ontwikkelen van een eerste borsttumor in gezonde BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters?

Wie doen dit onderzoek?
Drs. B.A.M Heemskerk-Gerritsen, Dr. C. Seynaeve, Dr. M. Hooning. Erasmus MC – Daniel den Hoed kliniek, Rotterdam.  

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
Om het verhoogde risico op het krijgen van eierstokkanker te verminderen kiest een meerderheid van de BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters voor preventieve verwijdering van beide eierstokken. Naast een afname van het risico op eierstokkanker met 90 tot 95%, wordt er gesuggereerd dat ook het risico op een eerste borsttumor afneemt. Dit zal in deze studie worden onderzocht.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
Data betreffende preventieve verwijdering van zowel beide eierstokken als het resterende borstklierweefsel. Data ten aanzien van tumorkenmerken (van zowel eerste als volgende borsttumoren), behandeling (chirurgie/adjuvante systemische therapie) en ziektevrije en algehele overleving.  

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee.  

Wat kunnen de gevolgen zijn van de resultaten van dit onderzoek?
Betere voorlichting voor BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters die preventieve chirurgie (zowel verwijderen van eierstokken als van borstklierweefsel) overwegen.

De resultaten van dit onderzoek zijn bekend.
Lees hier meer over de resultaten.

Wat is de invloed van het ondergaan van preventieve borstamputatie van de andere (nog gezonde) borst op de algehele overleving voor BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters met een voorgeschiedenis van borstkanker?

Wie doen dit onderzoek?
Drs. B.A.M Heemskerk-Gerritsen, Dr. C. Seynaeve, Dr. M. Hooning. Erasmus MC - Daniel den Hoed kliniek, Rotterdam

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
Vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie en een voorgeschiedenis van borstkanker hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van borstkanker in de nog gezonde andere borst. Het risico van borstkanker ontwikkelen in de andere borst wordt onder andere beïnvloed door de leeftijd bij ontdekking van de eerste borstkanker, behandeling met adjuvante systemische therapie (hormoon- en/of chemotherapie) en of de vrouw wel of niet in menopauze is. Modellen om de exacte kans op het ontwikkelen van borstkanker in de andere borst voor individuele mutatiedraagsters te berekenen zijn er echter nog niet. Om het risico te verminderen kiest een aanzienlijk deel van de BRCA1/2 mutatiedraagsters met borstkanker voor preventieve verwijdering van het resterende borstklierweefsel. Hoewel door preventieve borstamputatie het risico van borstkanker in de andere borst inderdaad afneemt met 95 tot 100%, is er onvoldoende bekend over de gevolgen van deze drastische ingreep op zowel het ontwikkelen van uitzaaiingen op afstand als op de algehele overleving.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
Data ten aanzien van tumorkenmerken (van zowel eerste als volgende borsttumoren), behandeling (chirurgie/adjuvante systemische therapie) en ziektevrije en algehele overleving. Data betreffende preventieve verwijdering van zowel het resterende borstklierweefsel als beide eierstokken.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee.

Wat kunnen de gevolgen zijn van de resultaten van dit onderzoek?
Betere voorlichting voor borstkankerpatiënten met een BRCA1/2 mutatie die preventieve borstamputatie van de nog gezonde borst overwegen.

De resultaten van dit onderzoek zijn bekend.
Lees hier meer over de resultaten.