Leefgewoonten en andere risicofactoren

Hieronder kunt u de onderzoeken vinden die gedaan worden binnen de Hebon studie betreffende het onderwerp leefgewoonten en andere risicofactoren. U kunt hier bijvoorbeeld vinden waar en waarom een onderzoek wordt uitgevoerd en wat voor soort gegevens er worden gebruikt.

Meer informatie over leefgewoonten en andere risicofactoren kunt u vinden onder 'Leefgewoonten en andere risicofactoren'


Is het gebruik van ‘de pil' veilig voor BRCA1 en BRCA2 mutatiedraagsters?

Wie doen dit onderzoek?

Drs. Lieske Schrijver, Prof. Dr. Floor van Leeuwen, Dr. Matti Rookus, namens de Hebon werkgroep en in samenwerking met de International BRCA1/2 Carrier Cohort Study (IBCCS). Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam.  

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
Onder vrouwen die geen BRCA1/2 mutatie dragen is het risico op borstkanker tijdelijk (nl. alleen tijdens gebruik) enigszins verhoogd. De risicoverhoging verdwijnt weer langzaam als met pilgebruik wordt gestopt. Tegelijkertijd is bij deze vrouwen het risico op eierstokkanker door pilgebruik verlaagd en de risicoverlaging is sterker, als de pil langduriger wordt gebruikt. Onder deze vrouwen die geen BRCA1/2 mutatie dragen, lijken de risicoverhoging en risicoverlaging elkaar uit te middelen. Omdat BRCA1 en BRCA2 draagsters een verhoogd risico op zowel borst- en eierstokkanker hebben, de risico’s op jongere leeftijd beginnen te stijgen en het verband tussen pilgebruik en beide vormen van kanker onder mutatiedraagsters nog niet vaststaat, is niet duidelijk hoe de balans onder de BRCA1/2 mutatiedraagsters uitpakt. Kortom, het is nog niet duidelijk of pilgebruik ongunstig of juist gunstig is.  

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?

De zelfgerapporteerde gegevens uit de vragenlijst over pilgebruik (en mogelijk verstorende factoren, zoals zwangerschappen) en informatie over het voorkomen van borst- en eierstokkanker. De gegevens van deelnemers aan de Hebon studie en van deelnemers aan studies in andere Europese landen, worden samen bestudeerd om zo snel mogelijk tot resultaten te komen.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?

Nee, de gegevens die deelnemers bij de standaard vragenlijsten hebben ingevuld zijn voldoende.  

Wat kunnen de gevolgen zijn van de resultaten van dit onderzoek?

Betere voorlichting over de voor- en nadelen van pilgebruik aan de BRCA1 en BRCA2 families.


Lichaamsbeweging en het risico op borstkanker bij BRCA1/2 mutatiedraagsters

Wie doen dit onderzoek?
Dr. Anouk Pijpe, Dr. Peggy Manders, Prof. Dr. Ir. Floor van Leeuwen, Dr. Matti Rookus en andere Hebon onderzoekers, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam.

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
BRCA1/2 mutatiedraagsters hebben een verhoogd risico op borstkanker dat varieert tussen de 30-80% op het krijgen van borstkanker. Binnen en tussen families bestaan grote verschillen in het optreden van kanker en de leeftijd waarop kanker ontstaat. Dit geeft aan dat factoren in de omgeving en leefstijl mogelijk ook invloed hebben op het risico op borstkanker. Het is bekend dat lichaamsbeweging in de algemene populatie het risico op borstkanker met 20-40% verlaagd. Lichaamsbeweging is één van de weinige te beïnvloeden risicofactoren. In dit onderzoek wordt daarom gekeken naar het effect van lichaamsbeweging op het risico op het krijgen van borstkanker bij BRCA1/2 mutatiedraagsters.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
Door BRCA1/2 mutatiedraagsters zelf gerapporteerde informatie uit de vragenlijst over verschillende soorten lichamelijke activiteit, lichaamsgewicht en andere bekende risicofactoren voor borstkanker waarmee rekening moet worden gehouden. Informatie over het voorkomen van borstkanker is afkomstig uit de landelijke kankerregistratie. De gebruikte vragenlijsten zijn afkomstig van de GEO-Hebon studie, een voorloper van de huidige Hebon studie.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee

De resultaten van dit onderzoek zijn bekend.
Lees hier meer over de resultaten.


Overgewicht en de kans op borstkanker in BRCA1/2 mutatiedraagsters

Wie doen dit onderzoek?
Dr. Peggy Manders, Dr. Anouk Pijpe, Prof. Dr. Ir. Floor van Leeuwen, Dr. Matti Rookus en andere Hebon onderzoekers, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam.

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
BRCA1/2 mutatiedraagsters hebben een verhoogd risico op borstkanker dat varieert tussen de 30-80% op het krijgen van borstkanker. Binnen en tussen families bestaan grote verschillen in het optreden van kanker en de leeftijd waarop kanker ontstaat. Dit geeft aan dat factoren in de omgeving en leefstijl mogelijk ook invloed hebben op het risico op borstkanker. Het is bekend dat overgewicht en gewichtstoename op volwassen leeftijd in de algemene populatie de kans op borstkanker na de menopauze vergroot. In dit onderzoek wordt daarom gekeken naar de mogelijke invloed van overgewicht op de kans op borstkanker bij BRCA1/2 mutatiedraagsters.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
Door BRCA1/2 mutatiedraagsters zelf gerapporteerde informatie uit vragenlijst over lengte, het huidige gewicht, gewicht in verschillende leeftijdsperiodes, menopauzale status en andere bekende risicofactoren voor borstkanker waar rekening mee gehouden moet worden. Informatie over het voorkomen van borstkanker is afkomstig uit de landelijke kankerregistratie. De gebruikte vragenlijsten zijn afkomstig van de GEO-Hebon studie, een voorloper van de huidige Hebon studie.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee

De resultaten van dit onderzoek zijn bekend.
Lees hier meer over de resultaten.


Voorspellen van het risico op borst- en eierstokkanker in BRCA1/2 families op basis van genetische risicofactoren en leefgewoonten

Wie doen dit onderzoek?
Dr. Frederieke van der Baan, Prof. Dr. Ir. Floor van Leeuwen, Hanne Meijers, Dr. Matti Rookus en andere Hebon onderzoekers. het Antoni van Leeuwenhoek, het Amsterdam Medisch Centrum en het VU Medisch Centrum.

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
Wanneer meer bekend wordt over wat met het risico op borst- en eierstokkanker In BRCA1 en BRCA2 samenhangt, ontstaat behoefte al deze informatie ‘samen te vatten’ voor de Nederlandse situatie. Het idee is hiervoor een rekenmodel te ontwikkelen. Uiteindelijk is dit bedoeld om voor een specifieke adviesvraagster het risico zo goed mogelijk in te schatten. Haar vroegere en huidige leefgewoonten en andere genetische kenmerken kunnen hier dan bij worden betrokken.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
De Hebon onderzoeksresultaten zelf worden hiervoor gebruikt, in combinatie met resultaten van studies die elders in de wereld, apart of gezamenlijk gaande zijn. Het Nederlandse BRCA1/2 model zal op nieuwe inzichten worden aangepast, zodat de risicovoorspelling steeds verder wordt verbeterd.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee.

Wat kunnen de gevolgen zijn van de resultaten van dit onderzoek?
Beter op de persoon afgestemde schattingen van het risico op borst- en eierstokkanker kunnen van belang zijn voor leden van BRCA1/2 families. Ook kunnen zij de advisering van deze familieleden op de Afdelingen Klinisch Genetica en Familiaire Poliklinieken verbeteren.


Heeft de uitslag van een BRCA1/2 erfelijkheidsonderzoek invloed op leefgewoonten?

Wie doen dit onderzoek?
Maartje Schellekens, Dr. Frederieke van der Baan, Lieske Schrijver, Dr. Matti Rookus Het Antoni van Leeuwenhoek en VU Medisch Centrum

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
BRCA1/2 draagsters die worden gecounseld bij klinisch genetische centra in Nederland krijgen advies over de mogelijkheden van screening en preventieve operaties. Liefst zouden we aan deze vrouwen ook advies willen geven over leefgewoonten zoals roken, alcoholgebruik, gewicht, lichaamsbeweging of pilgebruik in relatie tot hun kankerrisico. Hiervoor is het van belang eerst in kaart te brengen hoe deze leefgewoonten veranderen rondom de test.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
De zelfgerapporteerde gegevens uit de vragenlijst over roken, alcoholgebruik, gewicht, lichaamsbeweging en de pil worden gebruikt, evenals informatie over de BRCA1/2 test. De gebruikte vragenlijsten zijn afkomstig van de GEO-Hebon studie, een voorloper van de huidige Hebon studie.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee

Wat kunnen de gevolgen zijn van de resultaten van dit onderzoek?
Als in de komende jaren meer duidelijkheid komt over de invloed van verschillende leefstijl risicofactoren voor borst- en eierstokkanker, zal deze informatie zijn weg vinden naar de klinisch genetische centra in Nederland. We kunnen de informatie uit dit onderzoek dan als ‘nulmeting‘ meenemen bij de counseling van BRCA1/2 draagsters.


BRCA genmutaties en veroudering van de eierstokken in de Hebon studie groep (BRAVO studie)

Wie doen dit onderzoek?
Drs. T.C. van Tilborg, Dr. M.G.E.M. Ausems, Dr. A.M.E. Bos, Prof. dr. F.J.M. Broekmans, Dr. A. Pijpe. Het onderzoek is opgezet vanuit het UMC Utrecht, afdeling Medische Genetica en Voortplantingsgeneeskunde, en het NKI-AvL, afdeling Epidemiologie. Aan het onderzoek doen alle deelnemende centra van de Hebon studie mee.

Waarom wordt dit onderzoek gedaan?
Er bestaan aanwijzingen dat bij vrouwen met een BRCA genmutatie de veroudering van de eierstokken mogelijk eerder intreedt. Echter, hier is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan en het onderzoek dat beschikbaar is laat tegenstrijdige uitkomsten zien. Op dit moment weten we dus nog niet of het hebben van een BRCA genmutatie van invloed is op de veroudering van de eierstokken.

Welke gegevens worden er voor dit onderzoek gebruikt?
Er wordt gebruikt gemaakt van digitale vragenlijsten die tussen december 2012 en september 2013 zijn ontvangen. Gegevens van bewezen BRCA1 of BRCA2 gen mutatiedraagsters en van bewezen niet mutatiedraagsters uit BRCA1 of BRCA2 mutatie families zijn vergeleken. In totaal waren gegevens van 3419 vrouwen bruikbaar voor ons onderzoek. De natuurlijke menopauze leeftijd is gebruikt als uitkomstmaat en afspiegeling van de veroudering van de eierstokken.

Worden Hebon deelnemers hier nog apart voor benaderd?
Nee.

Wat kunnen de gevolgen zijn van de resultaten van dit onderzoek?
Indien blijkt dat BRCA gen mutatiedraagsters daadwerkelijk op jongere leeftijd een natuurlijke menopauze doormaken, met een noemenswaardig verschil, dient dit meegenomen te worden in de counseling van deze vrouwen. Draagsters zullen dan geïnformeerd moeten worden over de mogelijke gevolgen van een genmutatie op hun vruchtbaarheid.