Risico op borst- en eierstokkanker

Andere hoofdstukken binnen dit onderwerp: 'Risico voor personen zonder (aangetoonde) BRCA mutatie' en 'Risico voor BRCA 1/2 mutatie dragers'

Het risico op borst- en eierstokkanker verschilt voor elke persoon, op basis van een eventuele testuitslag van erfelijkheidsonderzoek, leeftijd en geslacht kan er een gemiddelde inschatting van het risico worden gemaakt. Over het risico voor personen zonder mutatie uit een familie waarbij wel of niet een aangetoonde BRCA1/2 mutatie is gevonden is meer te lezen onder ‘Risico voor personen zonder (aangetoonde) BRCA1/2 mutatie’. Het risico voor BRCA1/2 dragers wordt beschreven onder ‘Risico voor BRCA1/2 mutatie dragers’. Over het risico voor mannen is meer te lezen onder ‘Mannen en BRCA’.

Betere risicovoorspelling in de toekomst
Veel onderzoek richt zich op het verbeteren van de schatting van het risico op kanker voor een individuele persoon. Want de hoogte van het risico bepaalt of er maatregelen nodig zijn en zo ja, welke en wanneer. Denkt u bijvoorbeeld aan de vraag wanneer het preventief verwijderen van de eierstokken het beste kan plaatsvinden.

Op dit moment is de risicoschatting bij mutatiedragers gebaseerd op het gen, BRCA1 of BRCA2 en op leeftijd en geslacht. Maar het streven is om in de toekomst het risico op borst- en eierstokkanker te schatten op basis van alle bekende factoren die een invloed hebben op het risico op deze vormen van kanker. Daarom wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe de invloed van leeftijd precies is, of de specifieke mutatie ertoe doet (dit geldt alleen voor de BRCA draagsters), welke ingrepen of leefgewoonten een rol spelen etc. (zie voor meer informatie over risicofactoren onder ‘Leefgewoonten en andere risicofactoren'). Uiteindelijk zullen alle belangrijke factoren meegenomen worden in een berekeningsmodel. Dit model kan dan zo goed mogelijk het risico op borst- en eierstokkanker voor een individueel persoon inschatten. Indien dit mogelijk wordt kan op basis van deze individuele risico inschatting ook een beter individueel advies gegeven worden. Het advies kan helpen om bijvoorbeeld te beslissen wanneer er begonnen moet worden met screenen of bij de afweging om eventuele preventieve ingrepen te laten uitvoeren.Voor de families waarin geen BRCA mutatie is gevonden is het goed inschatten van het risico nog veel moeilijker. De risico's kunnen namelijk sterk verschillen tussen families, en waarschijnlijk spelen hier ook veel van de bovengenoemde factoren een rol.

Lees verder onder 'Risico voor personen zonder (aangetoonde) BRCA mutatie'